lief dagboek,

Woensdag 14 februari


Sinds vanochtend 07:00 uur zijn we onderweg met de ‘Heroica’ – een wanstaltig gevaarte dat meer weg heeft van een oud zeewrak dan van een werkende boot, maar ik heb vertrouwen in haar jarenlange ervaring en de veerkracht waarmee ze tot nu de venijnige tand des tijds het nakijken geeft. We (ik en mijn kersverse reismaatjes: Dario, de Argentijn en het Duitse koppel Nina & Simon) hebben gisteren in het eerste Peruaanse dorp over de grens hangmatten gekocht en koloniseren nu het middelste gedeelte van het schip. Onze spullen liggen al zo uitgespreid, dat je zou denken dat we hier al maanden wonen. Ik heb een voorgevoel dat deze reis ook wel eens maanden kon gaan duren, want het water in de rivier staat zo laag, dat niemand ons precies kan zeggen wanneer we in Iquitos aankomen en iedereen ons zonder al teveel woorden aanmoedigt om wat extra voorraad in te slaan voor het geval we verderop in de modder stranden. Normaal duurt de reis zo’n vier dagen, maar we hoorden van een jongen in het dorp die er, hetzij in tegengestelde richting en dus stroomopwaarts, maar liefst tien dagen over deed. Mij maakt het niet veel uit – ik wil de reis gebruiken om ‘mijn chakra’s te centraliseren’, zoals een Argentijnse reisgenoot op de Galapagos het zo lekker zweverig onder woorden bracht. Ik wil de tijd nemen om lekker te zweven – te schrijven, lezen, en mediteren. En ik ben voornemens elke dag pilates te doen op het dak van de H, zodat ik een beetje blijf bewegen. Daarnaast is het mijn plan om alle groenten te scoren die ik bij een maaltijd kan krijgen, want ik heb in geen weken fatsoenlijk groen gegeten.

Er werden trouwens zojuist drie schildpadden aan boord geladen. Ik vrees dat die ergens de komende paar dagen in de soep belanden. Ik overweeg om te stoppen met vlees eten wanneer ik terug ben van deze reis. Ik bedoel, ik at al bijna nooit vlees (vooral uit milieu-overwegingen), maar ik wil er helemáál mee stoppen. Ik had het er vorige week met Emma over, een vriendin met wie ik vorig jaar bij Cabañas Osho (finca/het meditatiecentrum in Ecuador) werkte en die ik vorige week op dezelfde plaats weer zag, en het leek me ineens een totaal belachelijk idee om dieren te doden terwijl mijn lichaam het strikt genomen niet nodig heeft. Hup, een dier dood, gewoon voor het lekker. Ik ben geloof ik een beetje af van het idee dat de mens bovenaan de pikorde staat en over andere levende wezens mag beslissen wanneer het zo wel mooi geweest is, omdat ik zin heb in een lekker mals stuk van z’n bil/zij/vleugel/poot. Het zal vooral moeilijk zijn om vis te laten staan, maar dan moet ik maar aan Nemo (van de film) denken ofzo, en dat de vis een heel fijn leven leidt daar onder water totdat ik besluit hem op te eten. Ik ben nog een beetje voorzichtig met hier en nu meteen vol vega gaan, omdat het moeilijk is om hier een gebalanceerd vervangend dieet te vinden. Er zijn simpelweg niet veel andere ingrediënten voorhanden.

Eergisteren hebben we bij uitzondering vegetarisch gegeten, in een dorpje van vier huizen aan de oever van de rivier. We zouden van Rocafuerte (het laatste dorpje aan de Ecuadoriaanse kant van de grens met Peru) naar Pantoja (de eerste officiële nederzetting aan de andere kant van de grens) meereizen met een Peruaanse reisgenoot die we op de boot van Coca naar Rocafuerte hadden leren kennen. We waren nog geen half uur onderweg in zijn peke peke (uit een boomstam gehakte kano), toen we plotseling stilhielden naast een aantal andere kano’s langs de kant. De Peruaan, Roland, kondigde met een stalen gezicht aan dat we hier zouden overnachten. De kano’s bleken te horen bij een nederzetting aan een lagune van de rivier, waar zeven inheemse families (allemaal neven en nichten van Roland) sindskort een gemeenschap vormden en een nederzetting hadden gesticht. Later zou Roland ons uitleggen dat de stichting van het dorp deel uitmaakt van zijn project om land te claimen door het stichten van nederzettingen door leden van de Secoya stam, om zo de taal en de cultuur van die stam te conserveren. Een soort reddingsactie, als het ware. We werden met grote ogen, verlegen gezichten, maar open armen ontvangen en mochten onze tenten opzetten in het kamp, tussen de schamele aantal houten huizen die het ‘dorp’ telt. We werden genodigd voor de maaltijd en verzamelden ons allen rond het vuur, waarop rijst, eieren, platanen en een rode, kruidige saus stonden te pruttelen. Toen het eten klaar was, aten we vanuit de pannen met behulp van cassave, een soort brood gemaakt van yucca dat lijkt op een grote pannenkoek.

Na de maaltijd was het bedtijd voor het hele dorp, want wat kun je anders doen zonder elektriciteit? Ik heb zowaar een paar uur geslapen, al had ik niet meer dan een slaapzak om op te liggen. In het donker plassen onder de bananenbomen in de wetenschap dat je je middenin het oerwoud bevindt was een avontuur op zich, maar ik moet zeggen dat ik inmiddels aardig aan het idee van mogelijke spinnen en slangen gewend begin te raken (zeker na die ene keer dat ik in Ecuador nog geen halve meter van een tarantula ter grootte van mijn hand heb zitten plassen alsof er niks aan de hand was, simpelweg omdat ik te eigenwijs was om de baas van de finca waar ik verbleef om hulp te vragen). Maar er was natuurlijk veel meer dan nachtelijk plassen in de jungle dat ons verblijf zo’n onvergetelijk avontuur maakte. Voor het eerst in mijn leven ontmoette ik iemand met malaria. En ik zag de verlegenheid maar ook de goedheid van mensen die zo geïsoleerd en ver weg van de bewoonde wereld leven. Het voelde ongelofelijk bijzonder en waardevol om met die mensen te eten, te praten, te delen.

De volgende ochtend vervolgden we onze weg in peke peke. Verderop stroomafwaarts kwamen we ineens vast te zitten op de bodem van de rivier. Dat was de dag ervoor, in de boot van Coca naar Rocafuerte, ook al twee keer gebeurd en de mensen vertelden ons dat het al maanden niet heeft geregend. Normaal zou de rivier rond deze tijd vol water moeten staan, maar de klimaatverandering maakt het totaal onvoorspelbaar wanneer het regenseizoen komt. De mannen in de boot daalden af in de modder om te duwen, en zo kwamen we zo’n twee uur later zonder verdere problemen in Pantoja aan. Daar bemachtigden we de benodigde paspoortstempels bij de grenspost, wisselden dollars en deden de hoogst nodige inkopen, en brachten we de rest van de dag onder een grote boom aan de waterkant door. Van de kapitein mochten we onze hangmatten alvast ophangen, dus we brachten de nacht door tussen de weerbarstige muren van de Heroica. En sinds vanochtend vroeg pruttelen we dus langzaam de Napo-rivier af, onderweg stilhoudend bij de talloze kleine dorpjes en boerderijen om trossen bananen, platanen en complete kippenhokken aan boord te laden. Ik kan er maar niet aan wennen om telkens hele horden mannen, vrouwen en kinderen tussen al dat groen te zien verschijnen. Het is onwerkelijk om hier te zijn en ik weet niet waar ik het aan te danken heb dat ik dit allemaal mag meemaken en dat ik het geluk zo aan mijn zijde lijk te hebben, maar ik ben er onbeschrijfelijk dankbaar voor.

Donderdag 15 februari, mijn verjaardag


We zitten sinds vanochtend 08:00 uur vast in de modder (het is inmiddels 13:00 uur). Ondertussen is het nogal druk geworden op de boot, en ik vermoed dat het tot Iquitos alleen maar verder zal vol lopen. Tenminste, als we nog vooruit gaan komen. Het merendeel van de bootbevolking is inmiddels in het water gesprongen om de boot te helpen duwen, maar er is geen beweging in te krijgen. Aanvankelijk waren uitsluitend de mannen in de weer, maar ik besloot dat de vrouwen ook best een handje konden helpen en sprong onder luid gejuich van de bootbemanning van het dek af. Al snel volgden alle gringas, en vervolgens ook twee Peruaanse meisjes mijn voorbeeld. Na twee uur duwen zijn we echter nog geen halve meter van plaats veranderd. Voor mij zijn er nu maar twee opties: de gehele bootbevolking daalt af in het water om te helpen, óf we zitten hier vast totdat de regen komt (en dat kon nog wel eens maanden duren). We zijn in afstand ongeveer een uur verwijderd van een dorp waar water, en misschien ook caña (een plaatselijke gedestilleerde drank gemaakt van suikerriet) te krijgen zijn. Het zou mooi zijn als we daar door een wonder daadwerkelijk terecht komen, want dan kunnen we vanavond recht doen aan het heugelijk feit dat ik verjaar vandaag!

We varen weer! Het is inmiddels 15:00 uur. Ze kwamen met drie motorboten om ons te helpen. Alle commotie is me volledig ontgaan, want ik lag verzonken in een diepe, tropische hangmat-slaap. Toen ik wakker werd kreeg ik van mijn reisgenootjes een zelfgemaakte ketting met een hele mooie steen als verjaardagscadeau. En als alles goed gaat is er over een uurtje caña.

17:00 uur. Ik zag zojuist de roze rivierdolfijnen van de Amazone! Dit is het beste verjaardagscadeau ooit!

Vrijdag 17 februari


Ik werd vanochtend om 05:00 uur wakker, met een kater van tamelijke proporties in mijn hoofd, die luid miauwend met zijn nagels tegen mijn hersenwanden krabt. Vandaag een dagje geen pilates en meditatie. Vanmiddag lag ik wederom verzonken in zo’n diepe slaap, dat ik niet eens heb gemerkt dat we weer vastzaten. Tegen de tijd dat ik wakker werd waren we alweer onderweg, en ook was de kater spoorloos verdwenen. Gelukkig maar, want ik wilde ook liever dat ‘ie ging. Ik haat katten, en katers boven alles.

En! De regen is gekomen! Pachamama heeft onze smeekbeden (en misschien onze melige regendans) verhoord en stort nu een genadige vloed over de rivier uit. Dus we zitten niet op het dak, maar proosten vanuit onze hangmatten met post-verjaarjaardagscaña op de regen.

Zondag 19 februari


Dit citaat vond ik in het boek van een medereiziger, ‘El dios de la selva’ (‘De god van het oerwoud’), geschreven door Romano Battaglia:

“El misterio de la vida esta escondida en la selva. Caminando a través de lo imprevisible conocerás la sabiduría de la duda y comprendarás que buscar lejos significa descubrir verdades que ya estaban dentro de ti.”

(Vertaling: “Het mysterie van het leven ligt verborgen in het oerwoud. Over het onvoorziene wandelend, leer je de wijsheid van de twijfel kennen en begrijp je dat ver zoeken betekent het ontdekken van waarheden die zich altijd al binnenin je bevonden.”)

Woensdag 21 februari

Eergisteren zijn we, na zes dagen op de Heroica, eindelijk aangekomen in Iquitos. Het laatste stuk van de reis heerste er totale anarchie op het schip. Er waren meer platanen aan boord dan ik in mijn hele leven gezien heb, en apen, schildpadden, tientallen varkens en – tegen het einde van de reis – larven. Het was een jungle van door elkaar hangende hangmatten, en de hele bootbevolking deed en liet waar ‘ie zin in had. Mensen werden om 04:00 uur ‘s ochtends wakker en begonnen dan luidruchtig te converseren of muziek af te spelen, minstens vier verschillende soorten door elkaar op verschillende plekken op de boot. Ondertussen snurkten anderen en waren links en rechts scheten te horen, terwijl boven op het dak de hanen kraaiden en vanuit het onderdek de varkens schreeuwden. Ik geloof dat een audiofragment viraal zou gaan – ‘Geluiden uit het Oerwoud’.

We aten letterlijk met elke maaltijd rijst en gekookte platanen, en bij hoge uitzondering brood of een stukje yucca. Er was ook vlees, maar dat at ik dus niet (het waren steeds varkens of rare bosbeesten, en door het hartverscheurende schreeuwen van de varkens vanuit het ruim van het schip, stonden beiden me vreselijk tegen. Ik ben steeds meer overtuigd van mijn beslissing om verder als vega door het leven te gaan, en zeker niet alleen om de schreeuwende varkens. Ik heb zelfs besloten om mijn vegetariërschap te vervroegen en per direct te beginnen. Gisteren zei een Frans-Duitse medereiziger iets interessants, namelijk dat veel mensen om de verkeerde of, liever gezegd, om te weinig redenen besluiten vegetariër of veganist te worden. Het probleem is veel groter en complexer dan dierenleed. (Dieren aan deze kant van de wereld hebben bijvoorbeeld een relatief goed leven gehad tot dan misschien het laatste eindje, heel anders dan de koeien en varkens in de Europese mega-stallen.) Ik ondervind hier aan den lijve het directe resultaat van de vee-industrie: elke paar kilometer zien we een ander deel van het Amazone-woud in vlammen opgaan, met als doeleinde weidegrond te winnen of akkers om maïs op te verbouwen. Je zou daar tegenin kunnen brengen dat dat in Nederland/Europa niet aan de orde is, maar het probleem is van mondiale schaal. Want waar denk je dat de grote hoeveelheden maïs vandaan komen? Juist. Plus, veel vlees wordt de hele wereld over gevlogen om op ons bord terecht te komen (om over de implicaties van het transport nog maar te zwijgen). Ik vind veganisme daarom geloof ik ook steeds minder vergezocht en belachelijk, want voor al die boter en eieren zijn al die koeien en kippen en maïs nodig. Eigen kippen houden die je kliekjes voert is natuurlijk een heel ander verhaal, maar ja, de meeste mensen hebben nou eenmaal geen eigen kippen op hun stadsbalkon.

De laatste dag op de boot was er helemaal geen eten meer. Nou ja, halverwege de laatste ochtend kregen de liefhebbers één gekookte plataan bij wijze van brunch. Wellicht was het veredeld krachtvoer om te gaan helpen duwen voor het geval we weer vast zouden komen te zitten. We waren nog een half uur verwijderd van Mazan, een dorpje vanwaar je een motortaxi en dan een snelle motorboot naar Iquitos kunt nemen, toen dat inderdaad (voor de vijfde keer!) gebeurde. We besloten dat het zo wel genoeg was geweest, en gebaarden een lokale visser dichterbij te komen en vroegen hem ons een lift naar Mazan te geven. Met pijn in ons hart lieten we de Heroica achter ons in de modder, terwijl we werden uitgezwaaid door de hele bootbemanning in het water en door de kinderen die op het bovendek stonden te kijken. Onze visserman bleek straalbezopen en gebaarde onderweg wild naar allerlei denkbeeldige waterwezens, maar zette ons na 20 minuten voor 2 Peruaanse sol (nog geen 50 eurocent) per persoon veilig aan wal. Algauw kwamen we tot de ontdekking dat iedereen in Mazan dronken was, en dat op klaarlichte dag – maandagmiddag vóór lunchtijd, for fuck’s sake.

Alcoholverslaving is een groot probleem hier, vooral in de inheemse (of voorheen inheemse) bevolking. Gisteren had ik het er met een Canadees over waarom het juist onder die groep zoveel voorkomt. We denken dat het komt doordat de inheemsen hier pas zeer recentelijk dezelfde rechten hebben als andere landbewoners, en er al generaties lang een diepe pijn en een gevoel van minderwaardigheid zit. En ellende, problemen en verslaving gaat vaak van generatie op generatie, als een soort vloek die doorwerkt en alleen door een wonder gebroken kan worden. Het tragische is dat de inheemse cultuur steeds verder verschraalt doordat men deels een westerse (kapitalistische) manier van leven overneemt, maar zich daar eigenlijk geen raad mee lijkt te weten, en zo aan het cliché van onwetendheid en ongeschooldheid en gebrek aan cultuur lijken te voldoen. Het is een soort self-fulfilling prophecy. Het drinken van alcohol is er bijvoorbeeld zo eentje, maar een ander voorbeeld zijn de kinderen in de gemeenschap tussen Rocafuerte en Pantoja, die verschijnselen vertoonden van hongerbuikjes en slechte doorvoeding (er was er één al twee weken ziek) maar oneindig zakjes chips werden gevoerd (om nog maar te zwijgen over de plastic verpakkingen die vervolgens in de rivier werden gedumpt). En dat terwijl het oerwoud gul is met haar gaven, maar het lijkt alsof men vergeten is hoe er gebruik van te maken. Globalisering is hier zo tastbaar (in bijna iedere gemeenschap vind je nu televisies en kettingzagen), en de schaduwkanten ervan manifesteren zich hier duidelijk. Wat wij met onze westerse blik ‘vooruitgang’ noemen, brengt hier allerlei problemen met zich mee en heeft zo op een bepaalde manier het tegenovergestelde effect. Het nationaal product is misschien toegenomen, maar het daadwerkelijk ‘vermogen’ van de mensen (hun cultuur, gezondheid, probleemoplossend vermogen) raakt verloren. Ik weet niet goed wat eraan te doen valt, want het is niet meer terug te draaien, maar ik denk dat er op het gebied van educatie (bijvoorbeeld in de vorm van milieu-voorlichting) nog veel te winnen valt.

Vanaf Mazan neemt de rivier een grote lus tot Iquitos. Door een motortaxi over land te nemen en dan een snelle boot vanaf de andere kant van de lus, wonnen we zo’n elf uur aan reistijd en kwamen we rond zonsondergang in Iquitos aan. Iquitos is een grote stad middenin de wildernis en een jungle op zichzelf, het straatbeeld gevuld met motortaxi’s die drie personen tegelijk kunnen vervoeren en die geen enkele regel lijken te volgen. Met group gringo (inmiddels aangedikt tot z’n negenen) vonden we een hostel met twee reusachtige dakterrasen, waar we met z’n allen voor nog geen 5 euro per persoon terecht konden.

Gisterochtend ben ik naar de markt in Belén geweest, een deel van de stad dat normaal voor een deel op het water drijft maar nu door de droogte één grote stinkende modderbende is. Een gigantische doolhof met eindeloze rijen vis, groenten en vlees, helaas hier en daar ook dat van schildpadden. (In eerste instantie leek schildpaddenvlees eten me niet erger dan rund of varken, maar schildpadden kunnen veel langer leven en zijn veel schaarser zijn in aantal.) Ik heb gehoord dat er onderhands ook levende apen te krijgen zijn voor $5-15, maar dat blijft voor ons gringos een onzichtbare (want illegale) business. Er is een minstens paar honderd meter lange sectie gereserveerd voor alternatieve geneeskunde en semi-hekserij waar, naast palo santo en wierook, miljoenen verschillende potjes en flesjes met huisgemaakte brouwsels worden verkocht die de koper zouden beschermen tegen de meest uiteenlopende kwaaltjes of diens geluk in de hand zouden werken. Ik ben sinds gisteren semi-ziek, en omdat ik meer vertrouw op het uitbalanceren van mijn dieet dan in de heksendrankjes, heb ik alles onder de noemer ‘powerfood’ ingeslagen. Deze dagen leef ik op avocado, havermout, noten, gedroogde vruchten, fruit, gember en brocoli, drink ik verse gemberthee en water uit een kokosnoot, en kauw ik op cocabladeren. De diarree neem ik voor lief. Zo hoop ik morgen of overmorgen weer enigszins hersteld op een boot te kunnen stappen. Ik denk overigens dat ik de duurdere, snelle boot neem naar Yurimaguas (exit Amazonas), want hoewel het een briljant avontuur was op de Heroica, voel ik dat het nu tijd is voor nieuwe mensen, verse indrukken, andere landschappen. Ik wil naar Kuélap, in het noordelijk hooggebergte van Peru. Ik weet niet precies waarom, maar ik heb er een goed gevoel over.

Klik hier voor de foto’s van deze week op de rivier.

5 Comments

  1. Lieve Lauranne
    Wat mooi dat je in jouw beschrijving mij meeneemt op je reis. Iedere dag het leven leven zoals het zich voordoet.
    Maar ook de gevolgen zien en ervaren van ” vooruitgang” .
    Ik heb mij altijd al afgevraagd of we evolueren of meer devolueren.
    Meer kennis die leidt tot minder weten.
    Helaas…..

    Hier is het bar koud en het vriest 10 graden en daarbij oostenwind, nou dan weet je het wel.
    Wel een verschil met bij jou.

    Wij maken het goed en doen je de hartelijke groeten
    God bless you!

    Like

    1. Ik vraag me inderdaad vaak hetzelfde af. Misschien is het een beetje van allebei? Die gedachte houdt me op de been.
      Ik kan me haast niet voorstellen dat het daar zo koud is! Sterkte! Liefs vanuit Tarapoto

      Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s